Vettaville.nl
Line 6.com Relay Wireless systems Tyler Variax POD X3 series
email
vvnllogosml
 

December 2002

 

SOURCE: VETTAVILLe.NL

top
	of page

Guitars - Pickups (Dutch)... 29-12-2002

1. Een pickup?
Er zijn van die termen in het leven die verwarring zaaien. Tot de introductie van de cd-spelers halverwege de 1980’s noemden we in Nederland de ouderwetse spelers voor grammofoonplaten immers 'pickups'. In Engeland en Amerika is dat de benaming voor elementen. Een logische benaming ook, want een element pakt het signaal op (pick up) en brengt dit over naar de versterker, eigenlijk net als een microfoon dus. Soms wordt ook de aanduiding transducer (overbrenger) gebruikt.

2. Wie deed voor het eerst een element op de gitaar?

De voorloper op dit gebied was de Amerikaan George Beauchamp, baas van National, bouwer van resonator gitaren. Hij sloopte eind 1920's zijn wasmachine, haalde het koperdraad en de magneten eruit en fabriceerde aldus zijn eerste prototype van een gitaarelement. Uiteindelijk leidden zijn experimenten tot een hoefijzer-vormige element. Dat vond in een uitgewerkte vorm zijn toepassing op Hawaïaanse gitaren, zogenaamde lapsteels, die je op je schoot legde als je ze bespeelde en die de vorm hadden van een koekenpan met een lange steel. In vakjargon gaat deze, met bouwer Adolph Rickenbacker ontwikkelde gitaar door het leven onder de koosnaam Frying Pan. De modellen die erop zijn gebaseerd werden nog verkocht ook.

3. Hoe ging het hierna verder?
Na de Frying Pan namen Gibson en zijn grote concurrent Epiphone, nu eigendom van Gibson trouwens, het heft in handen bij de elektrificering van de gitaar. In 1935 hadden ze in hun assortiment beiden een met elementen uitgeruste hollowbody, waarvan de Gibson ES-150, verkocht compleet met versterker, de bekendste is. De ES-150 was voorzien van een element dat door Walt Fuller werd ontwikkeld in opdracht van jazzgitarist Charlie Christian, naar wie de pickup dan ook werd vernoemd. Fuller ontwikkelde ook de opvolger van de Christian Pickup, het legendarische P-90 enkelspoels element, ontwikkeld medio de 1940’s en na 1951 de standaard op alle elektrische gitaren van Gibson. Dat bleef zo tot de introductie van Gibsons humbuckers in 1957. De eerste Gibson Les Pauls (1952) waren uitgerust met twee P-90’s.

4. Wie zijn Walt Fuller en Seth Lover?
Walt Fuller was gedurende de pioniersjaren van de elektrische gitaren met een holle klankkast een belangrijke technicus bij Gibson. Hij was dus, zoals je hiervoor kon lezen, de geestelijk vader van de Christian Pickup en de beroemde P-90. Na 1957 paste Gibson de van één spoel voorziene P-90 nog mondjesmaat toe op zijn gitaren. Rond het midden van de 1970’s verdween het element van Fuller even helemaal uit beeld. Seth Lover, door Fuller in 1941 bij Gibson binnengehaald, werd de nieuwe Gibson Goeroe. Lover ontwikkelde vijftien jaar daarna een element met twee spoelen, maar streefde er hierbij naar de sound van de P-90 zo weinig mogelijk geweld aan te doen, hetgeen leidde tot de doublecoils humbucker P-100. Lover was van oorsprong, net als veel elektrische gitaar pioniers, radiotechnicus. Tot twee keer toe verliet hij Gibson, onder meer omdat hij bij de marine meer kon verdienen, maar in 1952 kwam hij opnieuw in dienst en bleef hij tot 1967. In 1954 bouwde hij een versterker, de Model-90, die hij voorzag van twee tegen elkaar gerichte magnetische circuits om de amps minder gevoelig te maken voor ruis en rondzingen. Dat principe paste Lover korte tijd later toe op het P-90 element, de dubbelspoels humbucker was dus geboren, het was 1955.

5. Fender in z’n element
Gibson en ook Epiphone mogen dan een belangrijke rol hebben gespeeld bij de elektrische versterking van gitaren met holle klankkasten, de pioniersrol op het gebied van massieve gitaren was weggelegd voor Leo Fender. Ook Fender maakte, net als Beauchamps en Rickenbacker, eerst lapsteels, voorzien van een eigen enkelspoels element (singecoil). In de 1940’s was dat, maar dit element is, met de Gibsons dubbelspoelse humbuckers, eigenlijk nog altijd de standaard. Op basgebied zette Fender in elementair opzicht eigelijk helemaal alleen de toon. Zijn beroemdste elementen zijn de pickups die hij toepaste op de Precision Bass en op zijn Jazz Bass. Deze Precision en Jazz elementen vormden voor veel andere makers van baselementen de basis voor hun ontwerp.

6. Singlecoils en doublecoils
Single coils zijn, de naam zegt het al op z’n Engels, elementen met een enkele spoel. Ze geven in het algemeen meer hoge tonen af dan 'dubbelspoelers, zoals Gibsons humbuckers. Daarvoor is een heel voor de hand liggende verklaring. Singlecoils bevatten minder koperdraad dan doublecoils. Lage tonen bestaan uit langgerekte geluidsgolven, hoge tonen zien er schematisch voorgesteld uit als korte golfjes met hoge piekjes en diepe dalen. Je kunt dus in het algemeen stellen: hoe meer koperdraad er gewonden is, des te meer ruimte is er om langgerekte geluidsgolven voort te brengen en dus heb je dan meer lage tonen en tonen in het middengebied. Het verschil hoor je goed als je met de twee populairste gitaarmodellen de proef op de som neemt, Gibsons Les Paul en Fenders Strat. De Strat is uitgerust met drie enkelspoels elementen en klinkt door het vele hoog fel, de Les Paul heeft twee dubbelspoelers en heeft daarom een warmere sound met meer lage tonen. Overigens heeft dat niet alleen te maken met het element, maar ook met het feit dat de Les Paul body’s meer massa hebben dan de Strats.

7. Hoe zit het met actieve elementen?
Het verhaal van de actieve elementen begint in 1976 bij Rob Turner in Los Angeles en bij zijn bedrijf EMG. Turner is de geestelijk vader van actieve elementen, dubbelspoels pickups die voorzien zijn van een voorversterker die zijn werk doet op batterijen. Door het element actief te maken, kampt de gitarist nog minder dan bij Gibsons humbucker met geruis, gekraak en gebrom. Maar er is nog een voordeel van actief ten opzichte van passief. Je gitaar heeft door passieve elementen een lagere zogenaamde uitgang impedantie. Je gitaar stoot dus als het ware minder kracht uit, hetgeen minder belastend is voor een versterker of mengtafel waarop je hem aansluit.

8. Is de plek van een element belangrijk?
Jazeker, je kunt zelf de proef op de som nemen als je wilt, want veel gitaren bieden je de mogelijkheid te switchen tussen de verschillende elementen. In het algemeen kun je zeggen dat het brugelement, dat het dichtst bij de staart van de body zit dus, een meer bijtend, helder geluid geeft, terwijl het halselement een wat warmere sound teweeg brengt. Is je gitaar voorzien van een derde dat tussen deze twee is gemonteerd, dan geeft dit zogenaamde middenelement een geluid af dat ergens tussen dat van het brug- en halselement ligt. Maar er is meer te zeggen over elementen en de sound die ze voortbrengen. Zo zullen elementen die met flinterdun koperdraad gewonden zijn en/of voorzien zijn van krachtige elementen een meer distortion achtig geluid tot gevolg hebben. Dit is het gevolg van de grote weerstand die het signaal op weg naar de versterking ondervindt.

9. Wat zit waar op?
Vroeger maakten vrijwel alle gitaarbouwers hun eigen pickups. Tegenwoordig betrekken de meeste bouwers hun elementen van specialisten. Fender is met Gibson één van de weinige grote gitaarbouwers die nog overwegend hun eigen elementen toepassen op hun modellen. Fenders meest verkochte gitaartypes zijn uitgerust met elementen waarin het model is vernoemd. Het gaat hierbij dus respectievelijk om de Fender-elementen Standard Strat en Standard Tele. Daarnaast past Fender elementen toe als de Vintage Tele, maar ook de Texas Special Strat en de Texas Special Tele, beide duurdere elementen die hun toepassing vooral vinden in signature-modellen en customs. Veel gebruikte Fender-elementen zijn voorts de Lace Senor-serie, de types Gold, Red en Blue. Ook Gibson gebruikt dus nog overwegend zijn eigen elementen. Helemaal terug van een beetje weggeweest is de beroemde P-90 pickup. Modellen als de ES-295, de Les Paul Junior, de ES-5 en de 54 Les Paul Standard zijn ermee uitgerust. De elektrische gitaren van Ibanez hebben vaak elementen van Di Marzio. Het gaat hierbij met name om Di Marzio’s Air Norton (ingebouwd bij de hals van Ibanez JPM’s en toegepast in de RG-serie), het Evolution element (JEM-serie), de Di Marzio Fred (als brugelement in de Ibanez JS-gitaren), de Tone Zone en de Dual Sound. Veel van de gitaren van ESP hebben EMG-81 elementen. ESP neemt daarnaast ook elementen af van Seymour Duncan. Zo heeft het ESP Vintage Plus model Duncans Vintage 54 Tele Lead en Vintage Rail elementen. Maar ook de SH-4 en de SSM-1 van Seymour Duncan zijn te vinden in ESP-gitaren.

10. Elementen en het kopen van een gitaar
Een hogere prijs betekent meestal een betere kwaliteit. Dat geldt voor bijna alles in het leven, dus ook voor elementen. Je moet nooit over één nacht ijs gaan als je een gitaar koopt en altijd goed luisteren, goed kijken en goed voelen voordat je een keuze maakt. Als je geen ervaren gitarist bent, is zeker aan te raden om eerst eens te luisteren naar het verschil tussen een gehumbuckte Les Paul en een enkelspoelse Strat. Dan heb je in elk geval een oriëntatiepunt van de twee uitersten. Bij de aankoop van een gitaar is een goed element zonder meer belangrijk. Houd hierbij de volgende vuistregel in je hoofd: 'Een goed element versterkt de zwakke kanten van de rest van de gitaar, maar een op zich goed gebouwde gitaar kan verpest kan worden door een element van inferieure kwaliteit.' Veel gitaar fabrikanten beseffen zich dit terdege en daarom zijn de meest gangbare gitaren tegenwoordig uitgerust met elementen die gemaakt zijn door de belangrijkste pickup fabrikanten in de wereld zoals EMG, Seymour Duncan, Di Marzio en nog een handjevol anderen.

11. Goedkoop, duurkoop
Qua naam en faam zijn EMG, Seymour Duncan en Di Marzio de grote drie. Hun prijzen ontlopen elkaar niet zo gek veel, hoewel EMG natuurlijk enkele uitschieters naar boven kent vanwege het actieve karakter van de elementen. Mocht je van plan zijn ooit een ander element op je gitaar te zetten, dan moet je beseffen dat EMG enkel actieve elementen in de losse verkoop heeft. Passieve pickups maakt EMG enkel voor gitaarfabrikanten. Dan de andere merken. Aan de bovenkant van het prijsgebouw zitten de elementen van merken als Joe Barden, Gibson, Bartolini en Tom Anderson. Op een gemiddeld prijsniveau bewegen zich Adder, Dean Markley, Di Marzio, EMG's passieve elementen, Fender, Razor en Rio Grande. Relatief goedkoop zijn Carvin, Chandler, Shadow (ook van Gibson) en Kent Armstrong.

12. Elementaire trends
Afgezien van verregaande digitalisering, is retro, terug in de tijd, dè trend in de muziekindustrie van vandaag. Elementenmakers omarmen deze hype gretig. Fenders Relic Series en Seymour Duncans Antiquity Series (handmatige gewikkelde elementen) zijn twee mooie voorbeelden van de Retro Trend. Door zulke vintage pickups te promoten doen de fabrikanten het min of meer voorkomen alsof je uit elke elektrische gitaar een vette vintage sound tevoorschijn kan toveren. Dat is natuurlijk niet zo, want er zijn meer zaken van invloed op je gitaargeluid dan de pickup alleen. Nieuwe oude elementen komen het beste tot zijn recht als ze daadwerkelijk gemonteerd worden op een gitaren die ook vintage of retro zijn.

13. Een elementaire site

We hebben het wereldwijde web uitputtend afgespeurd. Wat ons betreft kwam een particuliere Australische site als beste uit de bus. Hier komt het wat ingewikkelde adres: http://users.chariot.net.au/~gmarts/pickups.htm.

------

Bronvermelding: Indien je uit deze tijdbalk citeert, www.music-maker.nl als bron vermelden. Samenstelling: XF Media BV in opdracht van Music Maker. Contentrechten: XF Media BV

more info

Source: music maker / xf media / vettaville.nl

top of page

Guitars - Guitar History (Dutch)... 29-12-2002

De Voorgeschiedenis
Snaarinstrumenten die doen denken aan de luit en de latere gitaar waren er zeker enkele eeuwen voordat onze jaartelling begon. De luit is een snaarinstrument met een kleine halfbolle klankkast. Hij stamt uit het Oosten en doet rond 711 als gevolg van de Moorse overheersing zijn intrede in Zuid-Europa. Vanaf 1300 wordt de luit een veelgebruikt instrument in heel Europa en bestaan er verschillende variaties. In sommige landen is hij spoedig 5-snarig en wordt de luit met een soort plectrum bespeeld. Bekend is dat in 1440 ook in Nederland al luiten werden gebouwd. Van circa 1500 tot 1625 beleeft de luit in Europa zijn gouden jaren. Het gaat vaak om 5-snarige instrumenten met twee bassnaren. Tussen 1625 en 1700 ontstaan nieuwe variaties, met name in Spanje en Italië, die qua ontwerp een soort mengvormen zijn tussen de luit en de latere gitaar. Vijfsnarigheid blijft echter nog lange tijd de standaard.

1780-1833: De 6-snarige gitaar

Rond 1780 beginnen in met name Spanje en Italië experimenten met de bouw van 6-snarige gitaren in de EADGBE-stemming. De gitaar begint aan zijn opmars. In 1833 verschijnt in Engeland het eerste nummer van The Guilianiad Guitarist's Magazine, vernoemd naar de gitarist Mauro Giuliani, een tijdschrift over gitaarmuziek..

1833: C.F. Martin begint voor zichzelf
De Duitser Christian Friedrich Martin begint in 1833 eerst in New York en later in Nazareth in de staat Pennsylvania een eigen gitaaratelier, nadat hij het vak van gitaarbouw geleerd had in zijn Duitse geboorteplaats en in Wenen.

1850's: Geboorte van de moderne gitaar
In Europa legt de Spaanse bouwer Antonio de Torres Jurado (1817-1892) de basis voor de moderne gitaar. Hij kiest voor een gitaar met een circa 20 procent grotere klankkast dan gebruikelijk. Nieuw was bovendien dat de heup van de klankkast flink breder was dan de bovenste ronding. Gitaren verliezen de symmetrische 8-vorm die tot dan toe vrij standaard was. Beweerd wordt dat de Spanjaard de rondingen afkeek van een vrouw die hij in Sevilla op straat had gezien. De Torres Jurado gebruikte bovendien lichter plaatmateriaal, dat hij verstevigde met een lattensysteem in het binnenste van de klankkast. Rond 1857 legt hij bovendien de basis voor de hedendaagse brugconstructie met de toevoeging van een zadel. C.F. Martin wijdt zich in het verre Amerika - en wellicht zelfs eerder - aan vergelijkbare innovaties. In de 1840's ontwikkelde de Duitser het X-bracing systeem, de X-constructie aan de binnenkant van de klankkast die de gitaar meer spankracht geeft.

1900-1910: Spelen met nagels en vingertoppen
Andrés Segovia beleeft in Granada zijn concertdebuut. Hoewel puristen tot dan toe vonden dat de gitaarsnaren niet met de nagels mochten worden beroerd, speelde Segovia de gitaar met zijn nagels en het vlees van zijn vingertoppen. De gebeurtenis wordt gezien als het begin van het moderne gitaarspel. Gaat het in Europa nog altijd om 'de schoonheid van toon' bij het klassieke gitaarspel, in de Verenigde Staten dienen zich tussen 1900 en 1910 heel andere gitaarklanken aan. Hoewel de banjo in populariteit de gitaar nog heel ver voor blijft, worden op kleine schaal de eerste (zwarte) muzikanten gesignaleerd die snerpende klanken uit de gitaar tevoorschijn toveren. In 1903 zou in Tutweiler in de staat Mississippi dor componist W.C. Handy bij het station een zwarte zanger gezien zijn die met een mes slide-guitar speelt. De blues wordt gebaard. Van grote invloed is binnen de VS de invloed van de Hawaïaanse muziek, die rond 1910 de sprong naar Amerika maakt. De muziek draait om de lapsteel (en later de pedalsteel), een soort gitaar die liggend op schoot wordt bespeeld waarbij men met een stuk ijzer over de snaren glijdt. In 1909 legt Joseph Kekuku als eerste op Hawaï deze muziek vast bij opnames.

1910-1920: Opkomst gitaar in blues en jazz

In deze periode zet een voorzichtige popularisering in van de gitaar. Hij wordt steeds vaker aangetroffen binnen opkomende muzikale stromingen als de blues, de jazz en de Amerikaanse volksmuziek (nadien country). Snaarinstrumenten die tot dan populair waren binnen deze stromingen, zoals de banjo, de mandoline en de viool (volksmuziek, later country genoemd), verliezen geleidelijk aan terrein.

1916: De dreadnought van Martin

De Amerikaanse fabrikant C.F. Martin bouwt in opdracht van muziekdistributeur Oliver Ditson onder diens merk een dreadnought, een grote gitaar met stalen snaren, tot dan toe zeer ongebruikelijk. De naam dreadnought was ontleend aan een Brits slagschip. In 1929 introduceerde Martin het eerste model dat exclusief voor steelstrings was ontworpen, de OM-28. Nadat Ditson werd verkocht (in 1931), ging Martin de dreadnoughts in eigen beheer maken. Hieruit kwamen de legendarische gitaren voorts als de D-28, nadien beroemd gemaakt door bluegrass muzikant Bill Monroe.

1919: De stalen snaren van Thomastik Infeld

In 1919 baart het Oostenrijkse duo Thomastik & Infeld opzien met een kwalitatief hoogwaardige stalen snaar voor snaarinstrumenten, zoals de gitaar. Vanaf dit moment gaan steeds meer gitaarbouwers instrumenten maken met stalen snaren, de vinding luidt de geboorte in van de steelstring.

1920's: De definitieve doorbraak

In de 1920's beleeft de gitaar zijn grote doorbraak binnen populaire en moderne muziekstromingen, met name in de Verenigde Staten. Zo maakt de gitaar in de meeste gevallen deel uit van de standaard bezetting van de eerste binnen de jazz opkomende bigbands. Maar ook muzikanten binnen de country en de blues omarmen de gitaar als het belangrijkste instrument. In november 1923 werkt gitarist Sylvester Weaver in New York mee aan studio-opnames, die bekendheid krijgen als de eerste bluesgitaar recordings.

1924: Gibsons eerste jazzgitaar
Gibson presenteert zijn beroemde L-5 model, een hollowbody gitaar met vioolsleuven in plaats van grote klankgaten. De zogenaamde jazzgitaar is geboren, ontwikkeld door Lloyd Lear. Lloyd Loar was een bijzondere man. Hij was van origine mandolinespeler en kwam in eerste instantie bij Gibson in dienst als adviseur van een topserie mandolines. De L-5 kwam daaruit ook voort. Lloyd Loar wijdde zich verder nog aan baanbrekende instrumenten (onder meer voor zijn eigen bedrijf Vivi-Tone) als een massieve elektrische viool, een zingende zaag en een elektrische piano.

1929: T-Bone Walker zet de toon
In het kielzog van Blind Lemon Jefferson nemen na diens eerste opnames in 1926 een hele rij bluesmuzikanten werk op in studio's. In 1929 maakt T-Bone Walker (Oak Cliff T-Bone) zijn eerste recordings. Hij wordt met zijn speelstijl beschouwd als de trendsetter op de bluesgitaar en zal voor velen na hem een bron van inspiratie blijken.

1927-1931: Dobro en elektrificering
Adolf Rickenbacker en George Beauchamps voorzien in 1931 een massieve lapsteel guitar (Hawaiaanse schootgitaar) van een element. Onder de koosnaam Frying Pan gaat dit instrument de geschiedenisboeken is als de eerste elektrische gitaar en als Ro-Pat-In maakt hij in 1932 zijn debuut op de markt. De zoektocht naar elektrische versterking was een direct gevolg van de vraag van gitaristen om meer volume te kunnen produceren, zodat ze zich beter hoorbaar konden maken in jazz- en bluesbandjes. Deze roep om meer volume leidde onder meer tot gitaren met grotere klankkasten en vinden als de zogenaamde resonator gitaar (in 1927), gitaren die deels of geheel van aluminium waren en waarbij de belangrijkste merknaam (Dobro, ontstaan in 1934) een soortnaam werd.

Circa 1933: Plectrum van celluloid
Plectrums voor snaarinstrumenten waren er al vele, vele honderden jaren. Ze werden gemaakt van steen, bot, hout en het schild van de schildpad. Rond 1933 - ongeveer 60 jaar na de uitvinding van celluloid - deed het plectrum van kunststof zijn intrede. Gitarist Nick Lucas ofwel Nicolas Lucanese (1897-1982) uit New Jersey zorgde er met Joe Nicomede en Luigi D'Andrea voor dat de eerste dunne plectrum van kunststof er kwam, compleet met een naamopdruk van de gitarist. Hij had de bekende vorm die we heden ten dage nog kennen en was van celluloid.

1935: De Gibson Electric Spanish

Toen de Ro-Pat-In op de markt kwam, waren andere gitaarfabrikanten al driftig aan het experimenteren met het elektrisch versterkt maken van gitaren met een holle klankkast. Gibson komt in 1935 met de legendarisch geworden ES-150. ES staat voor electric-spanish, de term waarmee deze elektro-akoestische instrumenten in den beginne werden aangeduid. Vanwege het feit dat hij het instrument beroemd maakte, werd de ES-150 ook wel model Charlie Christian genoemd. In 1936 komt Gibson met een sunburst-versie van de ES-150.

1936-1937: Flamenco en Fingerpicking
In 1936 en 1937 leggen twee gitaargrootheden de basis voor moderne gitaarspel technieken. Ramón Montoya uit Madrid baart opzien net een nieuwe wijze van spelen die geldt als de het moderne flamencospel. In Amerika trekt countrygitarist Merle Travis de aandacht met zijn fingerpicking techniek. Hij wordt gezien als de uitvinder van deze speelvorm.

1939: Charlie en Eddy

Charlie Christian uit Oklahoma gaat met het orkest van Benny Goodman de studio in en er worden opnames gemaakt met zijn elektrische gitaar, een unicum voor die dagen. Charlie Christian gaat in augustus 1939 deel uitmaken van Goodmans beroemde orkest en wordt begin 1940 bij een poll van het jazzblad Down Beat reeds uitgeroepen tot populairste jazzgitarist. Deze status groeit alleen maar tot aan zijn dood in 1942. Christian wordt algemeen beschouwd als de muzikant die de (elektrische hollowbody) gitaar een meer prominente plek gaf in orkesten en er bovendien voor zorgde dat de gitaar zich ontwikkelde als een belangrijk solo-instrument. In Nederland gaat Eddy Christiani in navolging van Christian in 1939 elektrisch versterkt spelen. De eerste Nederlandse opname mét een elektrische gitaar is Christiani's song 'The Windmill'.

1940's: Nylon snaren doen intrede

Albert Augustine introduceert als eerste nylon gitaarsnaren. Tot dan toe werd vaak een ander materiaal veel gebruikt voor niet-steelstrings, gut strings, gemaakt van dierendarmen of botweefsel. Intussen beleeft de elektrische gitaar zijn grote doorbraak. Met name in Chicago ontwikkelt zich - onder meer onder aanvoering van Muddy Waters - een nieuwe bluesvorm die gestoeld is op de oude Mississippi-blues, maar waarbij de elektrische gitaar een hoofdrol inneemt.

1946: En toen kwam Leo Fender

In 1945 heeft radioreparateur Leo Fender korte tijd een bedrijf met lapsteelgitarist Doc Kauffman. Samen bouwen ze versterkers in Fullerton, California. Het gaat vrij snel mis, maar Fender richt in 1946 in zijn eentje een nieuw bedrijf op.

1948: De eerste échte solidbody van Paul Bigsby
Helemaal voor de volle honderd procent zeker is het niet: maar algemeen wordt aangenomen dat het Paul Bigsby was die de eerste echte solidbody elektrische gitaar bouwde. Een volwaardige gitaar met een volledig massieve body dus. In 1948 moet dat geweest, op verzoek van fingerpicker Merle Travis. Het model van de motorreparateur Bigsby deed denken aan de gitaar waarmee Fender even later kwam. De twee woonden dan ook vlak bij elkaar in de buurt. Ook in 1948 neemt John Lee Hooker zijn eerste plaat op, ritmische zang waarbij hij zichzelf enkel en alleen begeleidt op een elektrische versterkte hollowbody gitaar.

1949: Leo Fender lanceert de Broadcaster
Het is niet overdreven om te zeggen dat Leo Fender vanaf 1949 een paar instrumenten uitvindt die het gezicht van de muziek voorgoed zullen veranderen. Fender ontwikkelt eerst een elektrische gitaar met een massieve kast en aanvankelijk één element. In 1950 verschijnt dit model onder de naam Broadcaster op de markt. Omdat Gretsch een drumkit heeft met de naam Broadkaster, wijzigt Fender de naam spoedig in Telecaster.

1952: De eerste twee Les Pauls
Enkele jaren eerder had het management van Gibson gitarist Les Paul met zijn ontwerpen lachend de deur gewezen. Nadat Fender met zijn massieve gitaren kwam, hernieuwde Gibson zelf het contact met Les Paul, in de 1950's een succesvol liedjessmid. Op 20 mei 1952 worden de eerste twee Les Paul modellen voor het eerst genoemd in een bestellijst van Gibson, de Goldtop en de Standard Les Pauls. De beroemdste gitaar van de rock, samen met Fenders Stratocaster, is een feit.

1954: De Stratocaster
Leo Fender beantwoordt de komst van de Les Pauls met een nieuw model. In het voorjaar van 1954 maakt hij de eerste proefmodellen van zijn Stratocaster design, een soldibody gitaar met drie elementen. De eerste serieproductie start in oktober. De drie belangrijkste gitaren van de rock zijn een feit; de Telecaster, de Les Paul en de Stratocaster blijven tot op de dag van vandaag het Supertrio van de elektrieke rock.

1957: Gibsons humbuckers
Het zijn de jaren van de belangrijke innovaties op het gebied van de elektrische gitaar. Gibson ruilt zijn enkelspoels elementen in voor dubbelspoelse humbuckers, elementen die de bijkomende ruis sterk reduceren. Nog hetzelfde jaar lijft Gibson de oude gitaarbouwer Epiphone in.

1958: Vreemde modellen
Het gaat niet goed met Gibson (de Les Pauls zouden pas veel later in grote aantallen worden verkocht). Ted McCarthy van Gibson verzint een list en ontwerpt opvallende modellen als de raketvormige Flying V, de Explorer en de Moderne. Gibson boekt er pas veel, veel later succes mee.

1963: De doorbraak van de popband
Buddy Holly & The Crickets legde de (blanke) basis voor het ontstaan van de popband in de VS, The Shadows deden dat in de UK. In 1963 en 1964 (met het Amerikaanse TV-debuut van The Beatles) vestigt de popband met zijn drums, elektrische gitaren en basgitaren definitief zijn naam onder aanvoering van The Beatles, The Rolling Stones, The Animals en andere bands. Elke jongen wil een elektrische gitaar op verjaardag.

1965: Zelfs folk gaat elektrisch
Zelfs in de folkmuziek doet, zeer tot de woede van de puristen, de elektrische gitaar zijn entree als de Grote Roerganger Bob Dylan op het Newport Festival ten tonele verschijnt met een elektrische gitaar en een rockband. Het Gouden Tijdperk van de elektrische solidbody is begonnen. Leo Fender verkoopt zijn bedrijf voor het destijds gigantische bedrag van 12 miljoen dollar aan CBS.

1966: De Gitaar Goden Komen
Het jaar 1966 doen voor het eerst Gitaar Goden van zich spreken, bespelers van de elektrische gitaar die nieuwe wegen inslaan. Het is het debuutjaar van Cream met Eric Clapton, Jimi Hendrix neemt zijn eerste single 'Hey Joe' op. Bovendien doet gitarist Peter Green dit jaar voor het eerst van zich spreken. Het jaar nadien zijn het het vooral Jimi Hendrix en Clapton die experimenten uitvoeren met effecten zoals het nieuwe wah-wah pedaal van Vox.

1970: Nabootsen in het Oosten
Er is een enorme vraag naar (goedkope) elektrische gitaren. Aanvankelijk zijn het vooral bouwers in de VS (Harmony, Kay, Silvertone), Italië en zelfs Nederland (Egmond) die zich bezighouden met het maken van goedkope nabootsingen van populaire modellen. Vanaf 1970 neemt met name Japan de rol van kopie-bouwer over. In steeds groter wordende aantallen rollen er in het Land van de Rijzende Zon kopie-gitaren van de band voor export naar Europa en Amerika.

1976: Ibanez debuteert met The Artist
Ibanez was één van de Japanse fabrikanten die succes boekte met kopie-gitaren. Dat leverde Ibanez onder meer een stevig juridisch gevecht op met Gibson. In 1976 verzet Ibanez de bakens met de presentatie van het eigen model The Artist. Vanaf 1978 maakt Ibanez geen imitaties meer, maar eigen modellen. Ibanez groeit in de loop der jaren uit tot één van de Grote Drie, met Fender en Gibson.

1977: De gitaarsynth van Roland

Roland introduceert de gr500 gitaarsynthesizer, het begin van een nieuwe ontwikkeling.

1984: De SynthAxe

Deze door Roland ingezette ontwikkeling zet door met de introductie van de SynthAxe, een midi-gitaar waarmee gesamplede sounds kunnen worden voortgebracht. Gitarist Allan Holdsworth laat horen wat de SynthAxe kan op zijn album 'Atavachron' uit 1986.

1988: Customizing wint aan belang
Een gitaar volgens een ontwerp of technische specificatie van de bespeler zelf. Customizing heet dat. Het wordt steeds populairder. Fender opent in 1988 een eigen customshop, de andere grote merken doen dat in veel gevallen ook.

1994: Grunge en Nu-metal
In 1994 pleegt de Frontman van de Nieuwe Gitaarmuziek, Kurt Cobain, zelfmoord. Na de grunge volgt de nu-metal als gitaarrock bij uitstek. De gitaren worden extreem laag gestemd en in de tweede helft van de 1990's worden onder nu-metallers zevensnarige solidbody's mateloos populair.

1996: Geluiden nabootsen door middel van modelling
Line-6 presenteert de AxSys 212, een versterker waarmee je de sounds van andere gitaarversterkers kunt nabootsen. Line-6 vestigt zijn naam.

1999: Gitaar als verzamelaarsobject
De gitaar is een gewild verzamelaarsobject geworden. Eric Claptons Fender Strat uit 1956 wordt op 24 juni in New York bij opbod verkocht voor liefst 497.000 dollar en was daarmee tot dan toe de duurste gitaar ooit. Clapton kocht de Brownie in 1969 en bespeelde hem op de hit 'Layla' uit 1970.

2002-2003: De modelling gitaar en de digi gitaar
Line-6 presenteert in het najaar van 2002 zijn Variax-lijn, gitaren die zijn uitgerust met de techniek die het bedrijf eerder gebruikte voor zijn modelling-versterkers en modelling-doosjes. Het betekent in de praktijk dat met Variax de geluiden van verschillende gitaren (maar ook bijvoorbeeld een sitar) kunnen worden nagebootst. 55 muzikanten magazines wereldwijd kennen Line-6 hiervoor in maart 2003 de prijs voor het meest innovatieve nieuwe product in de muziekindustrie toe. Gibson presenteerde begin 2003 een digitale uitvoering van een Les Paul model. Via zijn eigen MaGIC technologie en een analoog naar digitaal converter in de body kunnen gitaristen voortaan zonder problemen hun gitaar aan de computer koppelen. Kraak- en ruisvrij. In principe is het mogelijk elk snaarsignaal apart na te bewerken met deze technologie. De innovatie-award kandidaat voor 2004?

------

Bronvermelding: Indien je uit deze tijdbalk citeert, www.music-maker.nl als bron vermelden. Samenstelling: XF Media BV in opdracht van Music Maker. Contentrechten: XF Media BV.


more info

Source: music maker / xf media / vettaville.nl

top of page

*Line 6®, Line 6 Inc., AX2, AxSys, BackTrack, BackTrack+Mic, Bass Floor POD®, Bass POD®, Bass POD® xt, Bass POD® xt Pro, Bass POD® xt Live, Constrictor™, Crunchtone™, Customtone, Duoverb, Digital Wireless, DL4™, DM4™, Echo Park™, Eight Ball, Filter Pro™, Flextone™, Floorboard, Floor POD®, Floor POD® Plus, FBV Express™, GearBoxâ„¢, GearBoxâ„¢ Plug-In, Guitarport™, GuitarPort® RiffTracker™, GuitarPort® xt, FM4™, HD147®, Jamware, JM4 Looper, LowDown, Liqua Flange™, M13, MM4™, MOD Pro, POD®, Pocket POD®, Pocket POD® Express, POD® FARM, POD® Studio, POD® xt, POD®xt Pro, POD® xt Live, POD® X3, POD® X3 Pro, POD® X3 Live, Relay Digital Wireless, Rifftracker™, Roto Machine™, Space Chorus™, Spider, Spider-Jam™, Spider-Valve™, ToneCore™, TonePort™, TubeTone, Ubermetal™, GX, UX1, UX2, UX8, Verbzilla™, Vetta, Variax®, Variax® Acoustic, Variax® Workbench™ and Line 6 logos are trademarks of Line 6,

Inc. RiffWorks, InstantDrummer™, Riffcaster, Rifflink and Sonoma Wire Works™ are trademarks of Sonoma Wire Works™.

Atomic, Atomic Amps, LLC, Atomic Reactor 112, Atomic Reactor 112-50 and Atomic Reactor 212 are trademarks of Atomic Amps.

Bose® and Bose® Personalized Amplification System™ are registered trademarks of Bose. T1 Tonematch, L1, All rights reserved.

SHURE and SM58 are registrated trademarks of Shure Incorparated. Sennheiser is a registered trademark of Sennheiser Electronic Corp. Audix is a registered trademark of Audix Corparation. Audio Technica is a registered trademark of Audio-Technica Corparation. Electro-Voice is a registered trademark of Telex Communications, Inc.

Vinny appears exclusively for Vettaville.nl with courtesy of Vettaville Records Inc.
Channel 6 Web TV is preserved for Vettaville.nl

All other product names used on this website are trademarks of their respective owners, which are in no way associated or affiliated with Vettaville.nl or Vettaville.net. These trademarks of other manufacturers are used solely to identify the products of those manufacturers to identify a certain tone or sound.

Entire contents Copyright © 2003-2010 Vettaville.nl. All Rights Reserved.
Publisher does not accept liability for incorrect spelling, printing errors (including prices), incorrect manufacturer's specifications or changes, or grammatical inaccuracies in any product included in Vettaville.nl or Vettaville.net website(s). Prices subject to change without notice.

Copyright © Vettaville.nl 2003-2010, All rights reserved.